´Ad fontes´ is het motto van Sebastien Valkenberg. Ofwel: terug naar de bron. In zijn columns, essays en spreekbeurten grijpt hij terug op het denkwerk van grote filosofen. Zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie.

Visectie-moraal

Proefdier

We mogen ons gelukkig prijzen met het bestaan van Uitgeverij Schokland. Zij geeft boeken uit die niet of nauwelijks meer verkrijgbaar zijn. Of zoals ze het de website staat: ‘Na hun eerste publicatie zijn ze vergeten, verboden, versmaad, verbrand of verguisd. Soms zijn ze nog nooit in het Nederlands vertaald.’ Onlangs is de politieke roman Nacht in de middag opnieuw verschenen, de anticommunistische klassieker van de Hongaars-Britse schrijver Arthur Koestler.

Dit boek is hard nodig, want het is de beste weerlegging van de nog steeds veelgehoorde redenering dat het communisme in de kern nobel zou zijn. Jammer alleen dat het in de uitwerking zo mis is gegaan.

De miljoenen slachtoffers van het communisme als bedrijfsongelukje. Zo kijkt ook Mei Li Vos er tegen aan, volksvertegenwoordiger namens de PvdA. Vorig jaar schreef ze deze tamelijk verbijsterende woorden op Joop.nl: ‘De jonge Marx was een hoogopgeleide jongen die begaan was het met lot van de arme niet-opgeleide sloebers. Je kunt zeggen van hem wat je wilt, maar hij heeft als slimme welgestelde jongen toch veel bereikt voor de verworpenen der aarde. Mao kwam ook niet uit de armste regionen, heeft zijn ideale samenleving voor arm en rijk er ietwat hard doorheen gedrukt, maar had wel de beste bedoelingen voor de laagopgeleide en arme Chinees.’

Een grotere moordenaar dan Mao heeft de geschiedenis niet gekend en Vos meent dat hij hooguit zijn idealen ‘er ietwat hard doorheen’ heeft gedrukt! Bestaat er een prijs voor het eufemisme van het jaar? Zo ja, dan lijkt het mij onomstreden wie de winnaar is. Ook de prijs voor de pijnlijkste miskleun van het jaar kan per expres bij haar worden thuisbezorgd.

Misschien kan men er dan meteen een exemplaar bij doen van Nacht in de middag. Dit boek geneest je voorgoed van alle mijmeringen over het communisme. Het begint als de celdeur dichtvalt achter Nicolaj Salmanovits Roebasjov. Hij zit in de isoleercel omdat hij de Partij zou hebben geschaad, wat een merkwaardig verwijt is aangezien Roebasjov een communist van het oude stempel is die zelf ook menig slachtoffer heeft gemaakt. Maar zo gaat het nu eenmaal met revoluties: die eten altijd haar eigen kinderen op.

De handeling ontbreekt grotendeels in Nacht in de middag. De meeste bladzijden gaan op aan verhoren van Roebasjov. Hoewel: verhoren? Het zijn eerder filosofische verhandelingen over de aard van het communisme. Volgens zijn ondervragers zit de gevangene op een dwaalspoor – een gevaarlijk dwaalspoor omdat dit vraagtekens plaatst bij de officiële opvattingen van de Partij.

Misschien zijn de verhandelingen niet allemaal even toegankelijk, maar ze zijn de moeite van het doorzetten meer dan waard. Hier openbaart zich namelijk de meedogenloosheid van het politieke systeem dat juist pretendeert zoveel mededogen te hebben met ‘de verworpenen der aarde’, zoals ze heten in de Internationale.

Een verhelderde blik in de psyche van de communist biedt de volgende passage. ‘Er bestaan slechts twee opvattingen over menselijke ethiek en die staan lijnrecht tegenover elkaar,’ krijgt Roebasjov te horen. ‘De een is christelijk en humanistisch, verklaart het individu voor heilig en beweert dat de regels van de rekenkunde niet mogen worden toegepast op de mens. De andere gaat uit van het grondbeginsel dat een gemeenschappelijk doel alle middelen rechtvaardigt en niet alleen toestaat, maar verlangt dat het individu ondergeschikt is en opgeofferd wordt aan de gemeenschap – die er over mag beschikken als over een proefkonijn of een offerlam. De eerste opvatting kan je de antivivisectie-moraal noemen en de tweede vivisectie-moraal.’

Met dit soort proza zetten zijn ondervragers Roebasjov klem en ook de lezer krijgt het er aardig benauwd van. De rillingen lopen je over de rug door de vergelijking van burgers met proefdieren met wie de communistische leiders naar hartelust mogen experimenten. Het meest huiveringwekkende is nog wel dat ze met geen spoortje ironie gepaard gaat. In de strijd die de heilstaat dichterbij moet brengen, is letterlijk alles geoorloofd.

Wie durft er hierna nog, zoals Mei Li Vos, met droge ogen te beweren dat het communisme in de kern lovenswaardig zou zijn? Nacht in de middag laat zien dat dit politieke systeem zoveel krediet niet verdient. Alle lof dus voor Uitgeverij Schokland die het boek opnieuw beschikbaar heeft gemaakt.

Bron: De Dagelijkse Standaard 17 januari 2013

Geef een reactie