´Ad fontes´ is het motto van Sebastien Valkenberg. Ofwel: terug naar de bron. In zijn columns, essays en spreekbeurten grijpt hij terug op het denkwerk van grote filosofen. Zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie.

Rustiger aan? Dat leidt pas tot stress

Hangmat in de tuin van een hotel in Goa

Minder werken en meer genieten. Het klinkt zo eenvoudig, als je de almaar uitdijende hoeveelheid onthaastingspleidooien mag geloven. We zouden in een gekmakende rat race zitten. Het advies: doe het rustiger aan, dan blijft er tijd over voor leuke dingen.

De redenering is zo listig omdat ze zo vanzelfsprekend oogt. Toch kan de drukke werknemer die het dolce far niente al ziet lonken zijn enthousiasme beter nog even temperen. In de praktijk brengen die onthaastingsprofeten juist dichterbij wat ze beogen te vermijden: stress.

Zo ook Gerhard Hormann, politicoloog, planoloog en publicist. We hadden al Stil de tijd (2009) van Joke Hermsen en Neem de tijd van Koen Haegens (2012). Nu voegt Hormann met Het Nieuwe Nietsdoen (2014) een nieuwe loot toe aan de stam met onthaastingsliteratuur.

In een recent interview met Ad Valvas, het tweewekelijkse magazine van de Vrije Universiteit, spreekt hij zijn afschuw uit over de nieuwe hoofdredacteur van Opzij. ,,Ze werkt vijf dagen per week, haar man ook. Ze hebben kinderen van één en drie. Het hoogst haalbare vindt zij de vierdaagse werkweek. Ik vind dat dieptriest.”

Het kan ook anders. Hormann: ,,Mijn ideaal is de omgekeerde werkweek: allebei twee dagen werken, maximaal!” Dat gaat ten koste van zijn welvaart, maar dat is niet erg. In plaats van met het vliegtuig naar een verre bestemming kun je ook op fietsvakantie gaan in Nederland. En filterkoffie is veel goedkoper dan die dure koffiecups. Hormann wil laten zien dat er een alternatief is voor ,,de doorgeslagen mallemolen waarin we met zijn allen zitten”.

Doorgeslagen mallemolen? In Zuid-Korea had ik oproepen als die van Hormann kunnen plaatsen. Daar werken ze pas hard. Om precies te zijn: 2090 uur per jaar (in 2011) volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Nederland is juist de hekkensluiter in dit overzicht met gemiddeld 1381 uren op jaarbasis (in 2012).

Echt verrassend is deze uitkomst overigens niet. Fiets op een doordeweekse dag door het Amsterdamse Vondelpark en het zit bomvol recreanten die al lang in de praktijk brengen wat Hormann cum suis bepleiten. Ze wandelen, skeeleren, zonnebaden – allesbehalve werken. In één klap begrijp je hoe dat aantal uren van 1381 tot stand komt.

Idem als je de televisie aanzet. Eind mei hield men er in Hilversum mee op. Pas in september begint het nieuwe seizoen weer. Een zomerstop van ruim drie maanden. Dat valt moeilijk te rijmen met het afschrikwekkende visioen van die ‘doorgeslagen mallemolen’.

Blijft staan die oplaaiende stress waartegen het onthaastingsproza ten strijde trekt. ADHD, burn-outs, hartaanvallen. Geen titel uit het genre is compleet zonder verwijzingen naar dit soort kwalen. Ze zijn vatbaar voor velerlei uitleg, maar fungeren steevast als hét bewijs voor de mallemolentheorie.

De hedendaagse samenleving wordt in zulke donkere kleuren geschetst dat je de indruk krijgt in een dystopie te zijn beland. Je zou haast vergeten dat we, aldus het laatste World Happiness Report (december 2013), in het op drie na gelukkigste land op aarde leven.

Tussen twee haakjes: bovenaan deze ranglijst prijken zonder uitzondering landen die zeer welvarend zijn. Geld zou niet gelukkig maken? De uitdrukking is even vroom als onwaar. Er bestaat wel degelijk een verband tussen rijkdom en geluk. Die correlatie is er tot grofweg 50.000 dollar, daarna wordt ze losser.

Dit maakt de relativering van het belang van welvaart nogal gratuit. De dictatuur van het geld verdienen aanklagen terwijl je genoeg hebt, dat is cultuurkritiek vanuit de luxe fauteuil. Net zoals er nogal gemakkelijk voorbij wordt gegaan aan de gevolgen voor de verzorgingsstaat. Die kan echt alleen bestaan als de economie groeit. Iedereen rustig aan? Prima, maar de overheid zal het merken in de vorm van teruglopende belastinginkomsten. En dat heeft weer gevolgen voor al die regelingen en uitkeringen waarover we nu al moord en brand schreeuwen als ze worden versoberd.

En als het hierbij bleef, maar nee. Behalve lichtzinnig is de onthaastingsretoriek ook nog eens contraproductief. Anders gezegd: de remedie zou hier wel eens erger kunnen zijn dan de kwaal. Dat bleek onlangs in Zweden. Waar anders dan in deze progressieve heilstaat is een proef gestart met kortere werkdagen. In plaats van acht uur hoeven ambtenaren slechts zes uur per dag te werken. Men hoopt zo het ziekteverzuim terug te dringen.

Organisatie- en arbeidspsycholoog Ana Bloemraad is kritisch in dagblad Sp!ts (2 juli 2014) en voorziet een averechts effect. ,,Als je veel taken en verantwoordelijkheden hebt, zal een kortere werkweek stressverhogend werken.” Dat lijkt me een inkoppertje: wie minder tijd heeft om een klus af te krijgen, maakt zich meer zorgen of dat lukt. Ineens verliest het perspectief van de ultrakorte werkweek veel van zijn glans.

Fnuikend is de visie op werk die aan de onthaastingslyriek ten grondslag ligt. Zodra iemand veel uren draait, heet het prompt dat hij in een rat race zit. Dat is een te negatieve voorstelling van zaken. Zo verschijnt werk als een sta-in-de-weg, iets waar je zo snel mogelijk vanaf moet. Tja, op deze manier is het onvermijdelijk dat de beperkte uren die je wel werkt ook nog eens extra zwaar vallen.

Bron: NRC Handelsblad 11 augustus 2014