´Ad fontes´ is het motto van Sebastien Valkenberg. Ofwel: terug naar de bron. In zijn columns, essays en spreekbeurten grijpt hij terug op het denkwerk van grote filosofen. Zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie.

Meer ongelijkheid graag

Risico

Dankzij de Franse econoom Thomas Piketty staat gelijkheid weer helemaal op de politieke agenda. Van ‘Le Capital au XXIe siècle’, een baksteen van 700 pagina’s, gaan wereldwijd honderdduizenden exemplaren over de toonbank. Politici grijpen zijn werk aan om te pleiten voor verkleining van de verschillen tussen arm en rijk. Waaróm die kleiner moeten, leggen ze echter zelden uit. Terwijl dit helemaal niet zo vanzelfsprekend is als ze het doen voorkomen.

Welbeschouwd was nivelleren al voor de Piketty-hype een doel van het kabinet-Rutte II. Toen ze aantrad in dit kabinet wilde de VVD de schatkist op orde brengen. In ruil voor deze begrotingsdiscipline eiste de PvdA ‘een evenwichtige inkomensverdeling’.

“Vanuit mijn eerste intuïtie zou ik zeggen: ongelijkheid is niet goed”, zei filosoof Bas Haring onlangs als speler in Trouws Filosofisch Elftal. “Maar als je er nog eens over gaat nadenken, is het best lastig om dat te onderbouwen.” Toch pleitte hij ervoor om via belastingen gelijkheid na te streven. Dat was echter vooral ingegeven uit pragmatische overwegingen – of filosofisch gezegd, vanuit zijn welbegrepen eigenbelang: zwervers creëren een onveilige omgeving.

In zekere zin is deze reactie een herformulering van de Wilkinson-hypothese. Die stelt dat maatschappelijke ongelijkheid leidt tot allerlei sociale problemen, zoals geweld, drugsmisbruik, tienerzwangerschappen. Herverdelen dus, daar zou iedereen van profiteren.

Onomstreden is de hypothese niet. Kritiek is er onder meer van de denktank Policy Exchange. Het verwijt luidt dat iemands gedrag te gemakkelijk wordt herleid tot diens economische situatie. Daarnaast is er kritiek op de verzamelde data en de conclusies die er uit zouden volgen: zelfmoorden, hiv-besmettingen en echtscheidingen zijn óók sociale problemen, maar ze blijven onbesproken in het onderzoek. Terwijl hun aantallen juist groter zijn in landen waar de maatschappelijke verschillen klein zijn.

Van deze kanttekeningen zou de Schotse Verlichtingsdenker David Hume niet opgekeken hebben. Hij wist bijna driehonderd jaar terug al dat gelijkheid grote kopzorgen met zich meebrengt. Voor de maatschappelijke rust is juist een aanzienlijke dosis óngelijkheid nodig, zou je de analyse uit zijn hoofdwerk ‘Treatise of Human Nature’ (1739) kunnen samenvatten. Dat voorkomt rancune en frustratie.

Hoe erg is het dat de een veel meer heeft dan de ander? Hume: “Afgunst wordt niet veroorzaakt door een onevenredig verschil tussen onszelf en anderen.” Ter illustratie verwijst hij naar een gewone soldaat die op geen enkele manier jaloers is op zijn generaal. Die is zoveel hoger in rang dat er van competitie tussen beide militairen geen sprake kan zijn.

Zat hedendaagse voorbeelden die aantonen dat de observatie van Hume nog niets aan zeggingskracht heeft ingeboet. Zo stond er vorig jaar een penthouse aan Fifth Avenue (New York) te koop waarvoor het etiket ‘luxueus’ tekortschiet. Het heeft vijf slaapkamers, zes badkamers, zeven open haarden, een Zwitserse sauna, vier keukens plus een privélift. Vraagprijs: 120 miljoen dollar.

De ongelijkheid tussen de bewoner van dit penthouse en de gemiddelde eigenaar van een rijtjeshuis is gigantisch. Is dat problematisch? Integendeel, zou Hume zeggen. “Een groot verschil doet de betrekkingen teniet, waardoor we onszelf niet gaan vergelijken met hetgeen ver van ons afstaat of reduceert het effect van zo’n vergelijking.”

Heel concreet: hooguit lenen de foto’s van het penthouse zich om je aan te vergapen. Ze zullen echter geen moment leiden tot afgunst. Daarvoor is de woning veel te onbereikbaar.

Een veel grotere doorn in het oog is de buurman. Het probleem: hij woont in nagenoeg hetzelfde rijtjeshuis. Groter kan de gelijkheid nauwelijks zijn en dát maakt hem tot het ideale vergelijkingsmateriaal. Wat voor auto staat er op zijn oprijlaan en naar welke verre bestemming voert zijn vakantie? Ineens beginnen dat soort vragen op te spelen. Voor de onzekerheid die hieruit spreekt, heeft de Britste filosoof-superster Alain de Botton een naam bedacht: statusangst.

Een feestje

PvdA-voorzitter Hans Spekman noemde nivelleren een feestje. Met deze uitspraak ziet hij over het hoofd dat gelijkheid geld kost. Het is dus maar zeer de vraag of al die nivelleringsmaatregelen – meer belastingen voor de hogere inkomens, de inkomensafhankelijke heffingskorting, de aanpak van de hypotheekrenteaftrek in de hoogste schijf – het gewenste effect hebben.

Daarnaast is het accent in het debat wel heel eenzijdig komen te liggen op het herverdelen. Terwijl dat geld wel eerst verdiend moet worden. Daarvoor heb je uitblinkers en pioniers nodig, voor wie Friedrich Nietzsche eind negentiende eeuw al een lans brak. Hij zag het socialisme wortel schieten en vond dat een desastreuze ontwikkeling. “De socialisten wensen zoveel mogelijk personen een goed leventje te bezorgen”, waarschuwt Nietzsche in de aforismenbundel ‘Menselijk, al te menselijk’ (1886). “Werd het duurzame vaderland van dat goede leventje, de volmaakte staat, werkelijk bereikt, dan zou de bodem waaruit het grote intellect of in het algemeen het machtige individu opgroeit, voorgoed onvruchtbaar worden gemaakt: ik bedoel de sterke energie.”

Wat staat hier? Volgens Nietzsche moeten we het hebben van een aristocratie waar de hele samenleving van profiteert. Hiermee duidt hij op een select clubje dat van aanpakken weet en zich anders dan de gemiddelde burger niet laat intimideren door risico’s. Wie die machtige individuen zijn, blijft vaag bij Nietzsche. Maar het staat vast dat ondernemers in hoge mate over dergelijke eigenschappen moeten beschikken als ze een bedrijf beginnen. Dat weer voor werkgelegenheid zorgt als het floreert.

Dit laatste benadrukt ook ondernemer Corine van den Houten in een open brief aan onze premier die ze vorig jaar schreef op The Post Online. “Die ‘sterke schouders’ zet ik er graag onder, en velen met mij. Dat we daarbij niet geholpen worden, ach: dat zijn we wel gewend ondertussen. Maar het zou zo prettig zijn als we niet verder werden tegengewerkt. Gewoon, in het belang van de economie.”

Wellicht had Van den Houten net daarvoor haar crisisheffing voor 2013 overgemaakt. Werkgevers moesten een extra belasting van 16 procent betalen op bruto-inkomens boven de anderhalve ton. Aanvankelijk was het de bedoeling dat die eenmalig was, maar hij is gewoon weer opgenomen in het Belastingplan 2014.

Dergelijke maatregelen fnuiken de ondernemingszin. Daarvoor waarschuwt Van den Houten: “Ik probeer het door onze strot geduwde nivelleringsfeestjesmantra al maanden uit mijn hoofd te krijgen, lukt moeilijk. Nivelleren we ook het risico en de verantwoordelijkheden dan?”

Op zijn nietzscheaans gezegd: nivelleren leidt tot het uitdoven van ‘de sterke energie’. Streven naar gelijkheid leidt op den duur tot middelmatigheid.

Bron: Trouw 2 juni 2014