´Ad fontes´ is het motto van Sebastien Valkenberg. Ofwel: terug naar de bron. In zijn columns, essays en spreekbeurten grijpt hij terug op het denkwerk van grote filosofen. Zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie.

Liever terug naar de lijst van 1948

menschenrechte

De publicatielijst van Paul Cliteur (1955), hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap in Leiden, laat er geen misverstand over bestaan waar zijn fascinatie ligt. Hij heeft een handboek geschreven over mensenrechten, heeft er hoorcolleges op cd over ingesproken en columns aan gewijd. Vanwaar die betrokkenheid bij het onderwerp? “Ik raakte al heel snel gefascineerd door het succes van mensenrechten. In 1948 slaagde de wereldgemeenschap erin een lijst met fundamentele rechten te formuleren die voor alle mensen gelden. Een unicum in de geschiedenis.”

 Wat is het unieke daaraan?

“Met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens lukte wat concurrerende bewegingen nooit is gelukt. Dan denk ik met name aan de wereldgodsdiensten. Ook zij menen een set waarden te hebben die als moreel richtsnoer voor de hele wereld zou moeten gelden. Maar de invloed van het christendom bleef grotendeels beperkt tot de Westerse wereld en die van de islam tot het Midden-Oosten. Wat dat betreft zijn de mensenrechten veel succesvoller geweest en is er in 1948 echt iets op de rails gezet.”

 Voordat we verder gaan: wat zijn mensenrechten eigenlijk?

“Bij mensenrechten kun je denken aan het recht op een eerlijk proces, maar ook het recht van vrije expressie en van geweten. Kenmerkend is dat ze voor iedereen gelden, waar ter wereld je ook woont, van welk geslacht je ook bent, ongeacht je ethische afkomst of religie. Mensenrechten vormen de filosofische of ideële kern van het hele rechtsbedrijf. Daarbinnen kom je ze op twee plaatsen tegen. Ten eerste in verdragen die landen met elkaar sluiten. Daarin leggen ze vast welke afspraken ze maken over mensenrechten. En ten tweede in grondwetten die landen maken. Ook daarin leggen ze mensenrechten neer. Hun betekenis voor de nationale rechtsorde is dus enorm.”

 Vandaag staan we stil bij 65 jaar mensenrechten. Reden voor een feestje?

“Het is belangrijk om de vlag uit te hangen. We moeten de mensenrechten in ere houden; dat gaat niet vanzelf. Daarom is het belangrijk om hun verjaardag te vieren. Over het geheel genomen sta ik er positief tegenover dat er een morele taal is die over de hele wereld gesproken wordt. Vandaar dat de titel van een van mijn boeken ‘Moreel Esperanto’ luidt. Als mensen in het Midden-Oosten uit onvrede over hun leiders de straat opgaan, dan vind ik het goed dat ze zich baseren op mensenrechten. Natuurlijk kun je ook zeggen dat het wanbestuur in strijd is met soera zus en zo uit de Koran, maar wat als je aan dat boek geen gezag toekent? Daarom pleit ik voor een gemeenschappelijke taal. Die is nodig om de wereld als morele gemeenschap te verenigen.”

 U maakt de vergelijking met het Esperanto. Die universele taal is geen succes gebleken.

“Klopt. En in zekere zin is dat illustratief voor de wereld waarin we leven. Ook het moreel Esperanto van de mensenrechten heeft het zwaar in 2013. De versplintering is veel groter dan in 1948. Er is sprake een forse opleving van religieus fundamentalisme. Heilige boeken hebben de afgelopen decennia een groter gewicht gekregen. Ik acht de kans klein dat veel landen die de Universele Verklaring van de Rechten destijds ondertekenden, dat ook nu nog zouden doen.”

 Sommige landen onttrekken zich aan de mensenrechten. Zal dat niet altijd tot op zekere hoogte het geval zijn?

“Misschien. Maar dat is niet waarop ik doel. Op dit moment dreigen mensenrechten van binnenuit te worden uitgehold. De morele versplintering van de hedendaagse wereld sijpelt door in de mensenrechten zelf. Een negatieve ontwikkeling vind ik de proliferatie of inflatie van mensenrechten. In zekere zin zijn mensenrechten zo succesvol dat iedereen zijn wensen en eisen in die termen formuleert. Je ziet dat ze in toenemende mate ook een retorische betekenis hebben gekregen. Elke malle eis van deze of gene actiegroep wordt als ‘mensenrecht’ verkocht. Dat is zorgelijk. In het ongunstigste geval heeft dit een ondermijnende werking voor de mensenrechtentraditie als geheel.”

Hoezo?

“Er zijn grofweg drie generaties mensenrechten. Het begon met de klassieke rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting en van godsdienst. Die hebben we te danken aan liberale filosofen als John Locke. Later kwamen daar de sociale rechten bij die een zekere mate van sociale zekerheid vastlegden. Ten slotte volgden de groepsrechten, zoals het recht op behoud van culturele identiteit. Die laatste categorie zou je niet moeten erkennen. Mensenrechten komen uit de aard der zaak toe aan individuen. Ze zijn bedoeld om iemand te beschermen tegen groepsdruk, bijvoorbeeld van een godsdienst. Maar groepsrechten doen precies het omgekeerde: die beschermen de groep tegen de ‘gedachten’ – denk aan films, boeken, cabaret – van het individu. Het vorige week afgeschafte wetsartikel 147 tegen godslastering had die functie. Zo’n collectief recht gaat ten koste van de oorspronkelijke mensenrechten, in dit geval de vrijheid van meningsuiting.”

Een veelgehoorde reactie luidt dan dat de vrijheid van meningsuiting weliswaar belangrijk is, maar niet misbruikt moet worden.

“Laat er geen misverstand over bestaan, ik ben niet vóór belediging. Wel ben ik ertegen als een (religieuze) groep speciale privileges krijgt ter bescherming van haar wereldbeschouwing. Mensenrechten zijn individualistisch, liberaal en seculier. Daarmee doel ik voor alle duidelijkheid níet op een set waarden van een bepaalde groep, in dit geval de liberalen. Van dat denken in termen van groepsrechten wil ik juist wegkomen. Mensenrechten hebben universele zeggingskracht. Als gelovigen er goed naar kijken, zullen zij zien dat ook zij er baat bij hebben. Tegen mensen van de ChristenUnie zeg ik dan ook altijd: secularisme is ook in jullie voordeel. Stel dat christenen ooit in een minderheidspositie komen. Dan hebben ze belang bij een neutrale staat in plaats van een staat die de ene godsdienst bevoordeelt ten opzichte van de andere.”

 Wat zou er moeten gebeuren om de mensenrechten de volgende 65 jaar te laten overleven?

“Daar kan ik kort over zijn. Terug naar de kernrechten, in plaats van een lijst die almaar langer wordt. Dus terug naar de mensenrechten van de eerste generatie. Die zouden we de komende 65 jaar moeten hooghouden. Dat vraagt om ambassadeurs. Filosofen, juristen, en vooral ook politici. Ze moeten opstaan om het belang ervan te verdedigen, telkens weer. Dat mag wel wat fermer dan nu gebeurt. Anders valt te vrezen dat op de duur de waarden eroderen die we in 1948 zo prominent op de agenda hebben gezet.”

Bron: Trouw 10 december 2013