´Ad fontes´ is het motto van Sebastien Valkenberg. Ofwel: terug naar de bron. In zijn columns, essays en spreekbeurten grijpt hij terug op het denkwerk van grote filosofen. Zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie.

Ik wil betalen voor een kleinere klas, maar dat mag niet

Woolly_mammoths

Als in december het woord van het jaar wordt gekozen, gooit ‘participatiesamenleving’ hoge ogen. De term zorgt al twee weken voor rumoer. Bakken met hoon kreeg minister-president Rutte over zich heen, toen hij erover begon. Het zou niet meer zijn dan een eufemisme voor ‘burgers aan hun lot overlaten’.

Nou, líet de overheid ons maar meer aan ons lot over. Vooral ouders van schoolgaande kinderen zouden daarbij gebaat zijn. Want wat treffen ze aan als ze hun kind naar school brengen? Uitpuilende lokalen: zo ligt de gemiddelde schoolklas er anno 2013 bij. Deze zomer luidde de PO-raad (het overlegorgaan van schoolbesturen) de noodklok over het ontstaan van ‘mammoetklassen': groepen met dertig of meer leerlingen, het resultaat van de duizenden leerkrachten die de afgelopen jaren wegens de crisis zijn ontslagen.

Volgens opgave van het ministerie van onderwijs zitten er in ruwweg een op de negen klassen zoveel leerlingen dat je van een mammoetklas mag spreken. Deze situatie laat zich moeilijk rijmen met de kenniseconomie die we zo graag willen zijn. Passend onderwijs, dat volgend jaar wordt ingevoerd en tot doel heeft om minder kinderen naar het speciaal onderwijs te verwijzen, lijkt een wassen neus als een leerkracht zijn tijd en aandacht moet verdelen over meer dan dertig leerlingen.

Terecht constateerde staatssecretaris Dekker van onderwijs onlangs dat de middelmaat overheerst. Daarmee herhaalde hij slechts wat de Inspectie van het Onderwijs eerder zei. In haar jaarverslag staat dat (zeer) zwakke scholen niet meer bestaan, maar dat Nederland weinig excellerende leerlingen en scholen kent. “Het onderwijs blinkt uit in middelmatigheid.”

Voor het probleem van de mammoetklassen zijn twee oplossingen denkbaar – in theorie dan. Optie één is meer geld vanuit Den Haag. Onlangs tekende staatssecretaris Dekker het Nationaal Onderwijsakkoord. Onderdeel daarvan is ‘een impuls’ die de werkgelegenheid moest stimuleren. Het moet blijken of het bedrag voldoende is om de kaalslag van de laatste jaren te compenseren. Nog een reden om de euforie te temperen: wat als de voortetterende crisis een nieuwe bezuinigingsronde noodzakelijk maakt?

Daarom: optie twee. Sta het ouders toe om hun ouderbijdrage te verhogen. Niet met een paar tientjes op jaarbasis, maar met een substantieel bedrag. Dan maar een keer minder op vakantie en die nieuwe bank kan ook best nog een jaartje wachten. Het zijn bescheiden offers als die het mogelijk maken dat er een extra leerkracht kan worden aangesteld.

Helaas. Hoewel er voor hun kind meer tijd en aandacht overblijft, gooit Den Haag roet in het eten. Ouders die het heft in eigen hand nemen, stuiten op juridische bezwaren. De bijdrage moet vrijwillig zijn, zegt het ministerie van onderwijs. Bovendien is het geld uitsluitend bedoeld voor de extraatjes, zoals schoolreisjes en excursies. De website van het ministerie zegt: “De gewone voorzieningen en voorgeschreven lesmaterialen moeten voor ouders gratis zijn.”

Extra wrang is dat ouders wordt belet om echt gehoor te geven aan de oproep tot meer eigen initiatief – of het nu om ‘participatiesamenleving’ gaat, om de voorbereiding op ‘de doe-het-zelfdemocratie’, waar het Ministerie van Binnenlandse Zaken ons in een notitie toe aanmoedigt, of om ‘activerend burgerschap’. De kern daarvan is dat de overheid haar takenpakket stevig moet uitdunnen. De slagvaardigheid en inventiviteit van burgers worden steeds belangrijker.

Tot zover de theorie. Maar wat gebeurt er als burgers die handschoen opnemen? Ouders die meer willen betalen aan de school van hun kind (en voor meer leerkrachten en dus kleinere klassen), worden teruggefloten door Den Haag. Hun misdrijf is dat ze zich onttrekken aan de regels voor de onderwijsbijdrage.

De afgelopen jaren zag vooral de SP scherp toe op het gebruik van de bijdrage. Die bleek namelijk op meerdere scholen omhoog te zijn gekropen. “Zo lijkt er een tweedeling te ontstaan in het onderwijs”, aldus Kamerlid Jasper van Dijk. Hij wil de ouderbijdrage aan een maximum binden om te voorkomen dat sommige scholen niet meer toegankelijk zijn voor kinderen van minder draagkrachtigen.

Van Dijk heeft gelijk: sommige ouders kunnen zich geen hogere bijdrage veroorloven. Wellicht zullen die aangewezen blijven op scholen met mammoetklassen. Maar is een mammoetklas voor weinigen niet nog altijd tien keer beter dan een mammoetklas voor iedereen, zoals nu het geval is? Ik bepleit niet het stichten van nieuwe elitescholen. â ¶

Het gaat erom dat ouders de vrijheid krijgen om in onderling overleg te bepalen hoeveel ze willen bijdragen aan verkleining van de klassen. Als dat leidt tot tweedeling, so be it. Iedereen in een mammoetklas – dat is een optie die alleen valt te verkiezen als je vindt dat de bestrijding van ongelijkheid topprioriteit verdient. Inderdaad, zoals de SP, die dit voorjaar ook al van leer trok tegen een collegegeld van 15.000 euro voor ‘excellente’ opleidingen.

Inmiddels zijn we vertrouwd met deze nivelleringsretoriek. Je zou haast vergeten dat het bewerkstelligen van gelijkheid een recente uitvinding is. Een halve eeuw geleden zag de toenmalige premier Willem Drees – verpersoonlijking van de sociaal-democratie – dit nog helemaal niet als taak van de overheid. Ze moest de minimale voorzieningen waarborgen; fungeren als vangnet, meer niet.

Pas wie jaagt op de verkleining van maatschappelijke verschillen komt voor grote dilemma’s te staan. Sta je het toe dat ouders met onorthodoxe oplossingen komen voor de mammoetklassen, die zorgen voor het spookbeeld van de ongelijkheid? Of sluit je die route af in naam van het het gelijkheidsideaal?

De balans is doorgeslagen in het voordeel van scenario twee. Zie de staat van het onderwijs waarover zowel staatssecretaris Dekker als de Inspectie van het Onderwijs hun zorgen uitspreken. Er zijn amper achterblijvers, maar ook geen grote uitblinkers. Gelijkheid lijkt weinig meer dan een ander woord voor middelmaat. In haar jaarverslag zegt de inspectie het als volgt: internationaal gezien zijn we gezakt van de top van de ranglijsten naar de middenmoot.

Zal de toezegging van Dekker – meer geld voor nieuwe leraren – genoeg zijn om het tij te keren? De beschikbare hoeveelheid geld is slechts een onderdeel van het probleem. Er is meer voor nodig als hij echt af wil van de middelmatigheid. Durft hij ook verschillen te laten ontstaan en een dempende maatregel als een maximale ouderbijdrage te laten varen?

De komende tijd moet blijken hoe houdbaar het gelijkheidsideaal is. Het zou weleens het offer kunnen zijn dat nodig is voor de participatiesamenleving. Een échte participatiesamenleving wel te verstaan, want nu is daarvan nauwelijks sprake.

Burgers moeten misschien rekening houden met een lager serviceniveau van de overheid. Maar daar hoort bij dat beleidsmakers zich nederiger opstellen, aldus Paul Frissen, hoogleraar bestuurskunde en lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. In Letter&Geest zei hij: “Als je vindt dat burgers zelfredzaam zijn, dan moet je hen niet beschouwen als uitvoeringsorganisatie die doet wat de overheid voor hen bedenkt en met minder geld. Accepteer dan dat ze dingen niet meer doen, het anders doen en zich zelfs tegen het overheidsbeleid verzetten. Ja, en dan zullen er verschillen ontstaan.”

Frissen bepleit een overheid die écht terugtreedt. Nu betekent terugtreden vaak weinig meer dan de geldkraan dichtdraaien. Terwijl terugtreden zich óók zou moeten vertalen in minder regels en toezicht. Heel concreet: kinderen met een beperking, zoals ADHD, krijgen een zogeheten ‘rugzakje’. Dit is beleidsjargon voor een som geld, die kan oplopen tot duizenden euro’s, voor extra begeleiding op school. Die riante voorzieningen blijven buiten het bereik van het gros van de leerlingen. Maar beknot ouders dan ook niet in hun vrijheid als ze eigen initiatieven ontplooien. Bijvoorbeeld omdat ze hun kind een mammoetklas willen besparen. Het bestaan hiervan is dubbel verontrustend. Niet alleen ondergraaft het de kenniseconomie, maar op den duur ook het burgerschap.

Den Haag, dat nul op het rekest geeft en zo zelfredzaamheid in de kiem smoort, veroorzaakt frustratie. Mammoetfrustratie.

Bron: Trouw 28 september 2013