´Ad fontes´ is het motto van Sebastien Valkenberg. Ofwel: terug naar de bron. In zijn columns, essays en spreekbeurten grijpt hij terug op het denkwerk van grote filosofen. Zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie.

Non-filosofie of nieuwe klassieker?

Peter_Sloterdijk,_Karlsruhe_07-2009,_IMGP3019

Weinig filosofen verkopen zoveel boeken als Peter Sloterdijk. Dit succes begon dertig jaar geleden, met de verschijning van diens ‘Kritiek van de cynische rede’ (1983). Ter ere daarvan bracht zijn Nederlandse uitgever onlangs een jubileumeditie uit. Tegelijk is er ook veel en felle kritiek op zijn werk. Tijd om de balans op te maken. Is ‘Kritiek van de cynische rede’ een klassieker die thuishoort in de canon? Of worden de filosofische kwaliteiten van het boek overschat?

Sjoerd van Tuinen, filosofiedocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam: “Toen het boek uitkwam, was ik net geboren. Ik las het pas in 2000, vlak na de ‘Mensenpark’-affaire waarvan Sloterdijk het middelpunt vormde. Een geweldig boek vond ik de ‘De cynisch rede’. Een treffende diagnose van de schizofrene tijd waarin we leven.”

Menno Lievers, docent theoretische filosofie aan de Universiteit Utrecht: “Die poging om een diagnose van de tijd te geven, dat is precies mijn bezwaar. Sloterdijk geeft zijn eigen visie op de samenleving en verbindt die met de grote namen uit de filosofie. Ik weet nog dat ‘De cynische rede’ voor veel resonantie zorgde in de media. Tegelijk moest ik concluderen dat het boek ver verwijderd is van de filosofie zoals die aan de universiteit wordt gegeven. Daar heeft het helemaal niets mee te maken.”

Van Tuinen: “Je moet ‘De cynische rede’ niet zien als een klassiek filosofisch traktaat, zoals een systeembouwer als Immanuel Kant dat schreef. Ik zie het eerder als een satirische parodie daarop. Maar het is ook een performance in publieke hygiëne – een soort gesprekstherapie, zo je wilt. Sloterdijk wil de obscene taal blootleggen die vooral beleidsmakers spreken. Of eigenlijk van iedereen die zijn mond vol heeft van ‘corporate responsibility’, maar zich uiteindelijk laat leiden door harde euro’s. Cynisme ontstaat wanneer we onze mooie plannen opgeven in naam van ordinair zelfbehoud. Dat wreekt zich volgens Sloterdijk vooral bij de babyboomers. Zij behoren tot de verlichte generatie van ’68 met haar hooggestemde idealen en deze spatten uiteen op de realiteit, die mede door henzelf in stand gehouden is. Dan is het wel zo veilig om, in reactie daarop, iedereen voortaan te wantrouwen. Dit cynisme is nog steeds kenmerkend voor onze tijd.”

Ferme uitspraken
Lievers: “In ‘De cynische rede’, en trouwens ook in zijn andere werk, doet Sloterdijk ferme uitspraken over uiteenlopende maatschappelijke fenomenen. Ik vraag me dan af wat de rechtvaardiging hiervoor is. Het is dom om te denken dat je vanachter het bureau de samenleving kunt duiden. Sloterdijk leest de krant en kijkt televisie, maar gefundeerde uitspraken vragen om gedegen onderzoek. Wat hij doet, komt nog het meest in de buurt van speculatieve sociologie of antropologie.”

Van Tuinen: “Sloterdijk doet meer dan enkel de vinger op de wond leggen. Ook wil hij een uitweg bieden. Tegenover het dominante cynisme plaatst hij namelijk het kynisme – met een -k. Hiermee verwijst hij naar Diogenes, de ‘kynische’ of ‘hondse’ filosoof uit de Oudheid. Hij bezat niet meer dan een ton om in te leven en was volmaakt gelukkig. Beroemd is het bezoek dat Alexander de Grote aan hem zou hebben gebracht. Van de machtigste man op aarde mocht de filosoof alles wensen wat hij maar wilde. Het was echter genoeg als Alexander een stap opzij deed: die stond namelijk in zijn zonlicht. Zo doet Diogenes voor hoe het ook kan. Hij laat zich niet verleiden tot onrealistische wensen en theoretische mijmeringen. Daardoor lijdt hij niet aan het slechte geweten van ‘soixante huitards’ en behoudt hij zijn autonomie.”

Lievers: “Cynisme of kynisme. Natuurlijk mag Sloterdijk nieuwe begrippen introduceren en experimenteren met de vorm, en zo zijn filosofische werk een literair tintje geven. Omdat ik zelf romans schrijf, heb ik veel nagedacht over de verhouding tussen literatuur en filosofie. Vaak wordt gedacht dat ze in elkaars verlengde liggen, maar dat is een misvatting. Er bestaat een scherpe scheidslijn tussen beide disciplines. Filosofie is een harde denkwetenschap. Stijl moet ondergeschikt zijn aan de inhoud. Dus als je nieuwe begrippen introduceert, moet je die scherp definiëren. Dat doet Sloterdijk niet. Zo heeft hij het over ‘de psychosomatische aspecten van de waarheidsvinding’. Het is heel barok opgeschreven, als je het positief wil formuleren. Maar verder heeft de lezer geen idee wat er precies staat.”

Van Tuinen: “Inmiddels heeft Sloterdijk zich gedistantieerd van zijn vroege werk. ‘De cynische rede’ ziet hij nu als ‘het laatste vrije woudlied van de emancipatieromantiek’. Wat hem betreft is het niet meer dan een protestboek. Als we terugblikken, kunnen we misschien stellen dat het met iets te veel bravoure is geschreven. Toch zou ik het wel degelijk als een filosofische klassieker willen typeren, vooral binnen de filosofie van Duitse Kritische Theorie. Deze stond aan de wieg van wat in de Verenigde Staten cultural studies is gaan heten – de verschillende disciplines die onderzoek doen naar de krachten die vormgeven aan ons dagelijks leven. In die traditie is het een standaardwerk.”

Lievers: “Sloterdijk is weliswaar hoogleraar in Karlsruhe, maar hij blijft een buitenstaander in de academische filosofie. Overigens lijkt hij deze reputatie als een geuzennaam te dragen. Hoe dan ook levert hij geen serieuze bijdrage aan het filosofische debat. Voor welk filosofisch probleem biedt ‘De cynische rede’ een oplossing? Ik zou het niet kunnen zeggen. Hij levert enkele aan elkaar gebreide ideeën, maar echte filosofie is iets anders. Zij richt zich niet op empirische verschijnselen in de maatschappij. Het gaat haar om de kwaliteit van de begrippen die we hanteren en om het verhelpen van begripsverwarringen. Dat vraagt om een betoog dat logisch coherent is. Deze strengheid ontbreekt in ‘De cynische rede. Daarom is het ook zo lastig om te achterhalen wat hij zegt. Dé filosofie van Sloterdijk bestaat niet.”

Van Tuinen: “Het is geen boek dat je van begin tot eind hoeft te lezen. Zo heeft Sloterdijk het niet opgezet. Natuurlijk is de inleiding cruciaal, maar verder kun je ‘De cynische rede’ ook als filosofisch koffietafelboek beschouwen. Het is mijn favoriet van Sloterdijk. Ik zou het zonder meer meenemen als ik lange tijd op een onbewoond eiland zou moeten doorbrengen – om bij het vallen van de avond geamuseerd terug te blikken op de hypocriete abstracties waarin we ons leven hebben verstrikt.”

Lievers: “De cynische rede is van nul en generlei filosofische waarde. Tegelijkertijd moet je constateren dat de receptie van het werk van Sloterdijk indrukwekkend is. Veel mensen kopen zijn boeken. Dat roept de vraag op waarom hij zo’n enorme weerklank vindt. Ik denk dat hij appelleert aan een gevoel dat heerst in de samenleving Kennelijk voorziet zijn werk aan die behoefte. Hij is het substituut voor de dominee.”

Bron: Trouw 24 september 2013