´Ad fontes´ is het motto van Sebastien Valkenberg. Ofwel: terug naar de bron. In zijn columns, essays en spreekbeurten grijpt hij terug op het denkwerk van grote filosofen. Zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie.

De wake-up call van Hegel

'Тывалап_чугаалажыылыңар'._Чурук_15

Er bestaat waarschijnlijk geen boek dat vaker is verweten dat het onleesbaar is. Toch is ‘Fenomenologie van de geest’ van Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) zojuist integraal vertaald in het Nederlands. Het publiek zou weleens verrassend groot kunnen zijn. Want hoewel taaie kost, helpt deze filosofische klassieker (500 dikbedrukte pagina’s, voor het eerst verschenen in 1807) ons om de voortwoekerende eurocrisis te doorgronden. Het boek laat zien dat politici tekortschieten zolang zij blijven spreken over een economische crisis.

Illustratief is de reactie van Martin Schulz, voorzitter van het Europarlement, op het plan om in Groot-Britannië een referendum over het EU-lidmaatschap te organiseren. Hiermee hoopt premier David Cameron iets te doen aan de groeiende argwaan jegens Brussel. Slecht plan, vond Schulz. “Camerons Europa à la carte is geen optie. We moeten ons richten op banen en groei, niet op oeverloze discussies over Europese verdragen.”

De EU als brenger van welvaart. Het is een opvatting die breed wordt gedeeld onder beleidsmakers, in Nederland onder meer door premier Rutte, maar ook door Bernard Wientjes. “Tweederde van de Nederlandse export gaat naar Europa”, zei de voorzitter van ondernemersorganisatie VNO-NCW onlangs tegen BNR Nieuwsradio. “Anderhalf miljoen banen zijn afhankelijk van Europa. We verdienen er 180 miljard euro op. Europa en de euro zijn de ruggegraat van de Nederlandse economie.”

Via Hegel wordt duidelijk dat die nadruk op euro’s berust op een inschattingsfout. Hoe meer rijkdom, hoe groter het draagvlak voor de EU? Dat het zo niet werkt, legde de Duitse filosoof tweehonderd jaar geleden al uit. Alleen zit die analyse nogal goed verstopt in Fenomenologie van de geest.

Vanwege zijn ontoegankelijkheid hoort het boek eerder thuis in de studeerkamer dan op het nachtkastje. Maar de inzet van Hegel is dan ook formidabel. De auteur wil laten zien hoe de mensheid in de loop van de geschiedenis een steeds hoger peil van beschaving heeft bereikt.

Wie de eurocrisis wil begrijpen, heeft genoeg aan een lange passage over de strijd om erkenning waarin mensen verwikkeld zijn. Gezien en gehoord worden, is voor ons haast nog belangrijker dan ademhalen. Niets zo erg als te worden genegeerd. De honger naar erkenning leidt automatisch tot conflicten. De verhouding van twee mensen is zo bepaald, staat er in Fenomenologie van de geest, ‘dat ze zichzelf en elkaar in de strijd op leven en dood bevestigen’. Maar, vervolgt Hegel, er is ook een ander scenario mogelijk. Dan onderwerpt de zwakkere zich aan de sterkere. Er ontstaat een wapenstilstand tussen de meester en zijn knecht.

De ‘meester-knechtdialectiek’ hoort bij Hegel zoals de ‘Übermensch’ bij Friedrich Nietzsche en de banaliteit van het kwaad bij Hannah Arendt. Aan dit begrip dankt Hegel zijn plaats in de filosofische canon. Het duidt op de situatie waarin de meester de touwtjes strak in handen heeft, maar hij zijn machtspositie als onbevredigend ervaart. Zijn knecht kan hem nooit de erkenning geven waarnaar hij hunkert. Echte erkenning kan namelijk niet worden afgedwongen. Hegel zegt het zo: ‘Zo is er een strijd aan de orde tegen een vijand, op wie de overwinning eerder een nederlaag is’.

Op de lange termijn wordt de hiërarchische relatie tussen een meester en zijn knecht onhoudbaar. In de visie van Hegel hebben de meester en de knecht de weg naar de samenleving geplaveid waarin alle burgers dezelfde rechten hebben: de democratie. Bijna 200 jaar later werkte de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama deze gedachte verder uit. Toen hij het einde van de geschiedenis uitriep, wees hij op de democratie als dé staatsvorm die het beste voorziet in de behoefte aan erkenning. Verkiezingen zijn niet alleen een manier om de machtsoverdracht te regelen. Minstens zo belangrijk is dat burgers hun stem kunnen laten gelden.

Maar democraten in hart en nieren zijn zeldzaam, leert de eurocrisis. Martin Schulz, nota bene voorzitter van het orgaan dat de democratie moet symboliseren, reduceert het Britse referendum tot een administratieve kwestie die vooral tijdrovend is. Zo devalueert politieke inspraak tot een luxeartikel, leuk in zonniger tijden, maar niet als er een crisis woedt.

Toch pleit Schulz op zijn manier ook voor een samenleving die is gestoeld op gelijkheid. Hij vindt dat de landen in Noord-Europa (rijk) die in Zuid-Europa (arm) moeten helpen via een breed palet aan steunmaatregelen. Dit zorgt voor grotere gelijkheid, zij het niet à la Hegel, maar op de manier die Karl Marx halverwege de negentiende eeuw bepleitte.

Weliswaar ontleende Marx de kern van zijn filosofie aan Fenomenologie van de geest. Net als Hegel zag hij de samenleving als een strijdtoneel. Maar hij begreep die strijd in economisch termen. Aan de ene kant had je de bezittende klasse en aan de andere kant de bezitsloze klasse. Dat vroeg volgens Marx om hardhandig nivelleren, net zo lang totdat de ongelijkheid is weggepoetst. Alleen zo kwam de heilstaat dichterbij.

Gaandeweg is de echte Fenomenologie van de geest uit beeld geraakt. In toenemende mate zijn we het boek gaan lezen door de bril van Marx, voor wie problemen in de eerste plaats duiden op een economisch defect. Veel beleidsmakers – Schulz, Rutte, Wientjes – redeneren op vergelijkbare wijze. Mort het electoraat, dan schort het kennelijk aan welvaart. Zo heeft de gedachte postgevat dat euro’s het belangrijkste instrument vormen dat hen ter beschikking staat. Onvrede gaan ze te lijf met een subsidie hier en een financiële prikkel daar. De stilzwijgende aanname is dat burgers zich in hun stemgedrag vooral laten leiden door hun portemonnee.

Wie burgers reduceert tot exemplaren van de soort ‘homo economicus’ ontwikkelt een blinde vlek. Dat ze er ook andere dan economische drijfveren op na kunnen houden wordt moeilijk te begrijpen. Dit voorjaar bleek uit een onderzoek van Maurice de Hond dat 64 procent van de Nederlanders een referendum wil over de EU. Het is onwaarschijnlijk dat die argwaan verdwijnt met het scenario-Schulz van meer banen en groei. Het is, met Hegel in het achterhoofd, zelfs goed voorstelbaar dat burgers bereid zijn om welvaart in te leveren als ze daarmee baas in eigen huis blijven.

De steekproef van De Hond (onder een panel van 2000 man) wees uit dat mensen het meest bezorgd zijn over het democratische gehalte van de EU. Net daarvoor was bekend geworden dat Prinsjesdag, onder druk van Europese regelgeving, aan politiek gewicht verliest. Weer een stukje minder zeggenschap. Daar komt bij dat politici aanleiding geven om te twijfelen aan hun liefde voor de democratie. Recent verklaarde Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse ex-voorzitter van de Eurogroep, tegen het Duitse tijdschrift Der Spiegel dat ‘de wil van het volk moet worden omzeild als het niet de juiste wil is’.

Kennelijk is democratie acceptabel zolang ze de juiste verkiezingsuitslag voorbrengt. Voor politici zou de Fenomenologie van de geest moeten fungeren als een wake-up call. Met een eurocrisis die volop woedt, had het boek niet op een geschikter moment uitgegeven kunnen worden.

Bron: Trouw 16 juli 2013

Geef een reactie