´Ad fontes´ is het motto van Sebastien Valkenberg. Ofwel: terug naar de bron. In zijn columns, essays en spreekbeurten grijpt hij terug op het denkwerk van grote filosofen. Zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie.

De vloek van Singer

'Clovis_Dardentor'_by_Léon_Benett_39

Er is meer geld nodig om de voedseltekorten te bestrijden. Véél meer. Waarom was deze recente oproep van Unilever-topman Paul Polman zo onthullend? Nee, nu niet meteen beginnen over het feit dat hij de baas is van zo ongeveer het grootste levensmiddelenconcern ter wereld. En dat al die extra miljarden zijn bedoeld voor… levensmiddelen.

Veel onthullender is de gangbaarheid van de argumentatie. Polman, dat zijn wij bij het zien van honger. Nou ja, de meeste van ons dan. Luister maar naar zijn wat hij zei in een interview met The Independent. Volgens hem is er jaarlijks 60 miljard euro nodig om ‘de huidige onbalans’ in de voedselvoorziening te corrigeren.

Dat ene woordje – ‘onbalans’ – verraadt hoe Polman tegen het wereldvoedselvraagstuk aankijkt – en met hem vele anderen. Kennelijk gaan de uitpuilende supermarkten hier ten koste van de voorraden elders. Die conclusie lijkt onvermijdelijk voor wie zich laat leiden door de weegschaalmetafoor.

Waarschijnlijk kan Polman rekenen op een schouderklopje van de Australische ethicus Peter Singer. Zijn oeuvre is epo voor wie vindt dat het rijke Westen debet is aan de honger elders. Hij zet zijn standpunt uiteen aan de hand van een krachtig, maar o zo listig voorbeeld.

‘Langs het pad dat van de bibliotheek van mijn universiteit naar de lezingenzaal loopt, ligt een kleine vijver. Terwijl ik onderweg ben om daar een lezing te geven, zie ik dat een klein kind in de vijver is gevallen en aan het verdrinken is. Wat moet ik doen? Als ik in de vijver duik, dan betekent dit dat mijn nette kleren vies worden en dat ik de lezing moet afzeggen of uit moet stellen totdat ik schone en droge kleren vind om aan te trekken. Als ik besluit om het kind niet te redden, ben ik op tijd voor mijn lezing, maar verdrinkt het kind. Ik besluit om door te lopen en – zoals te verwachten viel – verdrinkt het kind.’

Iedereen vindt dit misdadig. Wees dan ook consequent, zegt Singer, en los het op als er ergens honger heerst. In zijn optiek is er geen wezenlijk verschil tussen het verdrinkende kind en iemand die zijn complete gezin moet voeden met een handje rijst. Wie niet in actie komt, blijft in gebreke.

Gevolg van deze redenering: rijkdom en welvaart verworden tot iets verdachts. Iemand die drie keer per jaar op vakantie gaat, is te vergelijken met de spreker die zijn lezing belangrijker acht dan het redden van een drenkeling. Wat had hij niet kunnen doen als hij zijn geld zou reserveren voor nobeler doeleinden? Nou dan!

Polman blijkt vatbaar voor de Singer-reflex. Om te beginnen ziet hij honger als het resultaat van een gebrekkige voedsel(her)verdeling. Als de één een groot stuk van de taart pakt, blijft er logischerwijs een armzalig puntje over voor de ander. Maar ook in zijn oplossing is Polman een echte Singeriaan. Hoeveel euro’s heeft de economische crisis inmiddels niet opgeslokt?, vraagt hij zich retorisch af. ‘We zouden simpelweg wat van die gelden kunnen aanwenden voor de juiste zaken,’

Juist. Hongerbestrijding teruggebracht tot de bereidheid om het chequeboekje te trekken. Alsof het zo eenvoudig ligt. Keer op keer blijkt hulpverlening eindeloos veel complexer dan Singer, en Polman in zijn voetspoor, het doet voorkomen.

De observatie van de Indiase econoom en filosoof Amartya Sen doet meer recht aan de realiteit. In 1943 maakte hij de Bengaalse hongersnood mee. Aantal doden: drie miljoen mensen. Alleen wie was hier de grote boosdoener? Niet het rijke Westen dat nalatig was gebleven, maar falend bestuur ter plaatste. Later zou hij zeggen ‘dat er nooit een ernstige hongersnood is geweest in een goed functionerende democratie met verkiezingen op gezette tijden, oppositiepartijen, vrijheid van meningsuiting en relatief vrije media heeft (zelfs wanneer het land erg arm is en met ernstige voedseltekorten kampt.’

Het is goed om dit te beseffen voordat we die 60 miljard overmaken. En onszelf een schuldgevoel aanpraten als blijkt dat die zak geld uiteindelijk geen zier heeft geholpen.

Bron: De Dagelijkse Standaard 13 juni 2013

Geef een reactie