´Ad fontes´ is het motto van Sebastien Valkenberg. Ofwel: terug naar de bron. In zijn columns, essays en spreekbeurten grijpt hij terug op het denkwerk van grote filosofen. Zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie.

Asociale media?

Chad_Vadar_(7484684556)

Vanaf het omslag kijkt Darth Vader, symbool van het kwaad uit Star Wars, ons aan. Opdat meteen maar duidelijk is dat ‘De zwarte kant van sociale media’ (2012) de noodklok luidt. Dit rapport, afkomstig van ICT-bedrijf Sogeti, gaat over “de gitzwarte gevolgen van alle bijverschijnselen van de sociale media”.

Wie denkt dat hij zomaar een berichtje op Facebook kan plaatsen of een tweet de wereld in sturen, vergist zich. Sociale media krijgen wel vaker de zware piet toegespeeld, maar zelden is de toon zo pessimistisch als in ‘De zwarte kant van sociale media’. De smartphonegebruiker, stelt het rapport, wordt dom, asociaal, en ziek in lijf en geest. Hij is bovendien manipuleerbaar, staat bloot aan terreur en heeft net zoveel privacy als een eerstehulppatiënt in het VU Medisch Centrum.

Hoe alarmerend de toon ook, in zekere zin is er niets nieuws onder de zon. Nieuwe media hebben altijd onder vuur gelegen. In de Oudheid zag Socrates de opkomst van het schrift als een aanslag op het geheugen. Nooit meer zouden we iets hoeven onthouden. En 2000 jaar later zorgde de uitvinding van de boekdrukkunst ervoor dat romans en toneelstukken op grote schaal beschikbaar kwamen. Wat moest er van de jeugd worden als ze hiermee in aanraking kwam? Helemaal apocalyptisch klonk de Duitse filosoof Martin Heidegger. “Slechts een God kan ons redden”, zei hij over onze samenleving waarin technologie een steeds grotere rol speelt.

Maar in het rapport van Sogeti klinkt nog het meest de echo door van Max Horkheimer en Theodor Adorno. Hun boek ‘De dialectiek van de Verlichting’ (1947) werd verplichte kost voor linkse studenten in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De essaybundel van de twee Duitse filosofen is een faillietverklaring van het rationalisme dat zo typerend is voor de Verlichting. We menen dat wetenschap en techniek ons bevrijden, luidt het verwijt van Horkheimer en Adorno, maar in werkelijkheid zijn we er een slaaf van geworden. Neem auto’s. Die beloven ons een grotere mobiliteit, maar tezamen vormen ze een stilstaande file. Het ideaal slaat om in zijn tegendeel.

Diezelfde redenering vinden we in ‘De zwarte kant van sociale media’. De auteurs werpen de retorische vraag op of ‘de technologie zich uiteindelijk tegen zijn maker zal keren’. Dat klinkt wel erg als Horkheimer en Adorno, die in hun boek waarschuwen voor ‘wraakneming door de techniek’. De ultieme wraak van de sociale media zou zijn dat ze ons asocialer maken. Het rapport van Sogeti verwijt Facebook en Twitter dat ze precies het omgekeerde doen van wat ze beloven. “Technologie maakt het steeds makkelijker om vooral geen persoonlijk contact te hebben. Waarom bellen, als je ook een sms-bericht kunt sturen? Niet voor niets misschien staat de afkorting SMS tegenwoordig steeds vaker voor Social Media Syndrome. Vaak halen we onze telefoon tevoorschijn, omdat we denken dat er iets is binnengekomen, terwijl dat niet zo blijkt te zijn. Is met zulk fantoomgedrag de mens de baas of is het de technologie?”

Dat we steeds asocialer zouden worden, is een bewering die kan rekenen op grote populariteit. “We hebben meer contacten, maar minder échte vrienden”, zegt filosofe Stine Jensen, auteur van ‘Dag Vriend’ (2012). Eerder al droeg een masterclass van het deftige Nexus Instituut in Tilburg dezelfde boodschap uit. Titel: ‘Alone together’, naar een boektitel van de Amerikaanse sociologe Sherry Turkle. Zij betoogt dat we met elkaar verbonden zijn via uiteenlopende media, maar tot echt contact zou dit niet leiden.

Recent onderzoek wijst eerder in de omgekeerde richting. Alleen blijft dat onbelicht in het rapport ‘De zwarte kant van sociale media’. De auteurs trekken zich weinig aan van relevant feitenmateriaal. Als we echt asocialer waren geworden, had dat bijvoorbeeld terug te vinden moeten zijn in ‘Sociale Samenhang: Participatie, Vertrouwen en Integratie’ (2010) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Maar dat onderzoek wijst juist uit dat mensen tegenwoordig méér sociale contacten hebben dan vijftien jaar geleden. “De familiebanden zijn sterk, de banden met de buren blijven stabiel”, vatte Trouw het CBS-rapport samen. “Slechts weinig mensen, zes op de 1000, hebben zelden tot nooit contact met familie, vrienden of buren. Het lijkt er volgens het CBS op dat die groep nog steeds kleiner wordt.” Dus uitgerekend in de periode dat de sociale media hun opmars hebben gemaakt, is de samenleving mínder asociaal geworden.

Toch wordt over die communicatiemiddelen onophoudelijk de noodklok geluid. Hier wreekt zich de dialectiek van de Verlichting, lijkt het. In deze filosofie ligt de lat namelijk nogal hoog – té hoog. Eén file, en de auto verliest in dit denkpatroon zijn belofte van mobiliteit. En afgezet tegen een telefoongesprek dat alle nuances van iemands stem tot uitdrukking kan brengen, wordt de sms met zijn 140 tekens een armoedige vorm van contact. Dan is het ook logisch dat iemand die echte vriendschap als norm hanteert amper waardering op kan brengen voor een vriendschapsverzoek via Facebook.

Maar zijn we op die manier niet te streng voor de sociale media? Bestaat er maar één vorm van echt contact? Natuurlijk nodigt Facebook ons uit om ‘vrienden’ te worden met iedereen, van collega’s tot vage kennissen en verre verwanten. Maar hoe letterlijk moeten we die belofte nemen? Een reisbrochure kan een tropisch eiland aanprijzen als ‘de hemel op aarde’ zónder dat toeristen zich na afloop komen beklagen dat Petrus hen niet welkom heeft geheten bij de hemelpoort. Iedereen weet dat het hier figuurlijk taalgebruik betreft.

Maar bij de alarmerende publicaties over sociale media speelt er meer mee dan een voorliefde voor de hyperbool als stijlmiddel. Veel van het pessimisme komt voort uit slordig redeneren. Zo rekent ‘De zwarte kant van sociale media’ het sms’je af op iets wat het níet is. In de logica, de filosofische discipline die zich bezighoudt met de regels voor het denken, heet dat een stropopredenering. Ja, het klopt dat de ruimte om een boodschap via een sms’je over te brengen beperkt is. Maar dat is alleen bezwaarlijk als een lang telefonisch onderhoud het criterium is. Bovendien laat die redenering de voordelen van een sms’je buiten beeld. Een diepgravend gesprek voeren lukt niet via een kort tekstberichtje, maar het is wel een uitstekende manier om aan thuis door te geven dat je trein vertraging heeft.

Wat geldt voor het sms’je geldt uiteindelijk voor álle media. Want is een telefoongesprek op zijn beurt niet ook weer een karig alternatief voor een gesprek onder vier ogen? Een veelgehoorde klacht is dat reizigers met het openbaar vervoer allemaal op het beeldschermpje van hun smartphone turen. Allicht gaat dit ten koste van de interactie met de omgeving. Maar wie consequent wil zijn, moet zich ook beklagen over reizigers die verdiept zijn in een boek. Maar dat er weinig zo asociaal is als lezen, dat hoor je nou nooit.

Bron: Trouw 28 februari 2013

Geef een reactie