´Ad fontes´ is het motto van Sebastien Valkenberg. Ofwel: terug naar de bron. In zijn columns, essays en spreekbeurten grijpt hij terug op het denkwerk van grote filosofen. Zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie.

Krachtvoer voor eurosceptici

Kruisboog

Guilaume Tell, de mammoetopera van Gioacchino Rossini die nu wordt uitgevoerd in het Muziektheater, speelt zich af in de late Middeleeuwen en gaat over de Zwitsers die in opstand komen tegen hun bezetters, de Habsburgers. Met dit uitgangspunt – een klein land dat strijdt voor zijn soevereiniteit – is het onvermijdelijk dat de gedachte af en toe te uitgaat naar de EU die steeds meer bevoegdheden van de lidstaten afsnoept.

Heeft regisseur Pierre Audi een eurokritische enscenering overwogen? Het had prima gekund: de opera in een ‘Brusselse’ setting met een groepje eurocraten als de hedendaagse erfgenamen van de Habsburgers. Gewaagd was het zeker geweest, maar Audi heeft aangegeven dat hij geen actuele interpretatie van Guillaume Tell heeft willen geven. Het ging hem om de universele thema’s die in de opera aan de orde komen.

Maar het blijkt ook onnódig om de zangers in een grauw pak en even nietszeggende stropdas, zeg maar de uniformen van de eurocraten uit Brussel, op de bühne te brengen. Ook zonder deze uitdossing dringt de huidige legitimiteitscrisis van Europa zich op. Wat dat betreft heeft Audi gelijk dat Guillaume Tell algemene zeggingskracht heeft en handelt  over een onderwerp – volkssoevereiniteit versus dwingelandij van buitenaf – dat eeuwigheidswaarde heeft. Het is niet zonder reden dat Rossini zich op de held met de kruisboog stortte toen begin van de negentiende eeuw in Italië het streven naar nationale eenheid oplaaide.

De held van het verhaal is – hoe kan het anders – Willem Tell, die als aanvoerder van het Zwitserse verzet de confrontatie zoekt met de Oostenrijkse gouverneur Gesler. In een EU-enscenering had de laatste trouwens uitstekend gemodelleerd kunnen worden naar Martin Schulz. Juist ja, de antidemocratisch voorzitter van het Europarlement die kritiek uit de lidstaten afdoet als hinderlijk gemor en het voorgenomen Engelse referendum vergelijkt met een doos van Pandora. De publiekstrekker uit de opera is echter niet Tell maar diens strijdmakker Arnold (in Amsterdam gezongen door de Amerikaanse heldentenor John Osborne). Dat blijkt wel als hij na afloop van viereneenhalf uur muziek met afstand de meeste ‘Bravo’s!’ mag incasseren.

Logisch is het wel, dit genereuze eerbetoon. Van alle personages is Arnold namelijk de meest tragische. Zijn faux pas is dat hij verliefd wordt op Mathilde, de Habsburgse prinses en daardoor automatisch de aartsvijand. Dat kan natuurlijk niet en in het onvermijdelijke spanningsveld tussen liefde en politiek sneuvelt de eerste. Jammerlijk voor de protagonisten, maar een geschenk voor het publiek. Dat krijgt de aangrijpendste scènes voorgeschoteld (onder meer ‘Pour notre amour, plus d’espérance’) uit de operaliteratuur.

Maar de echte ster van de avond is het Koor van de Nederlandse Opera. Wat een muur van geluid – vooral als het koor in de gedaante van het Zwitserse volk de bezetter aanklaagt. Als er mensen zijn die de oprichting van een Europese Tea Party overwegen, als tegenwicht tegen de oprukkende EU, kunnen ze gretig plunderen uit deze opera. ‘Hulde aan de voorvechters van ons vaderland!’ klinkt het vastberaden in de finale van de tweede akte.

We doen Guillaume Tell tekort door er een op muziek gezet pamflet van te maken. Maar dat neemt niet weg dat zij krachtvoer is voor eurosceptici en –critici. Een betere aanjager van het patriottisme is nauwelijks denkbaar.

Dat wordt nog eens geïllustreerd als de koorleden (lees: de Zwitsers) een dansje moeten opvoeren van Gesler, louter om zijn macht te demonstreren? Het tafereel doet pijn om aan te zien: als een stel piassen worden ze over het podium gejaagd. Vernederender kan haast niet. De scène staat symbool voor het gesol met burgers überhaupt – dus, om het meest recente voorbeeld te noemen, óók voor het decreet uit Brussel dat Prinsjesdag in de huidige vorm niet mag blijven voortbestaan.

En dan is daar natuurlijk nog die onvolprezen ouverture. Hoewel overbekend – ze heeft zelfs een eigen Wikipedia-lemma! –, vertoont zij nergens slijtageplekken. Is er ooit aanstekelijker muziek geschreven? Hoe anderen het vergaat weet ik niet, maar mij kostte stil blijven zitten de allergrootste moeite.

De lijst met lofprijzingen aan het adres van Guillaume Tell kan eindeloos worden uitgebreid. Maar eigenlijk laat het enige passende eindoordeel zich in drie woorden samenvatten. Gaat! Dat! Zien!

Bron: De Dagelijkse Standaard 31 januari 2013

Geef een reactie